Er zijn meer Overijsselse kanalen dan het kanaal van Vroomshoop naar Zwolle. Hèt Overijssels kanaal, dat in Zwolle begint als Almelose Kanaal, en in Almelo en Vroomshoop het Zwolse Kanaal heet, loopt van Zwolle via Vroomshoop naar Almelo. Het was oorspronkelijk bedoeld als scheepvaartweg van Zwolle naar Almelo, met zelfs de mogelijkheid om via het kanaal Almelo - Nordhorn rechtstreeks naar Duitsland te varen!
Bij Vroomshoop maakt het kanaal een haakse bocht naar het zuiden, richting
Almelo. In die bocht is er een aftakking naar het noorden. Deze noordelijke zijtak mondt
via een sluizenkomplex, dat het water aan twee kanten kon tegenhouden, vlak onder de stad
Coevorden in de Vecht uit. Het kanaal diende oorspronkelijk om het Overijssels Kanaal van
water te voorzien. Dat aan twee kanten tegenhouden was beslist noodzakelijk.
Wanneer het water in de Vecht te hoog werd, moesten de sluizen gesloten worden om te
voorkomen dat het peil in het kanaal zo hoog werd, dat het gebied tussen Almelo en
Vroomshoop onder water zou komen te staan. Andersom kon de water-stand in de Vecht zo laag
zijn, dat de sluisdeuren dicht moesten blijven om te voorkomen dat het kanaal leeg zou
lopen in de Vecht.
Het sluizenkomplex kreeg de naam van het buurtschap dat er vlak bij ligt: de Haandrik.
Stroomafwaarts in de Vecht was er een stuw aangebracht die bij extreem lage waterstand kon
worden gesloten, zodat het peil hoog genoeg kon worden opgestuwd om het kanaal te voeden.
Dit had niet alleen konsekwenties voor de bevaarbaarheid van de rivier onder de stuw, maar
ook voor de waterstand in het kanaal de Dedemsvaart, dat indertijd een paar kilometer
benedenstrooms bij Ane in de Vecht uitmondde. Een extra stuw bleek noodzakelijk om bij een
lage waterstand in de rivier ook het waterpeil in de Dedemsvaart nog voldoende hoog te
laten zijn. Niet zo veel later dan het gereedkomen van de noordelijke zijtak van het
kanaal naar de Haandrik, werd het kanaal aan de overzijde van de Vecht doorgetrokken naar
Coevorden, zodat ook de scheepvaart naar die stad op gang kon komen.
Het kanaalgedeelte van Almelo naar de Haandrik werd een druk bevaren route, vooral doordat Almelo ook een verbinding kreeg met het Twentekanaal. Het kanaal Almelo - de Haandrik kreeg werd daarom in 1965 uitgediept, verbreed en gemoderniseerd, terwijl ook het sluizenkomplex de Haandrik zelf grondig werd verbouwd. Het sluizenkomplex bleek zelfs spoedig alweer te klein. In 1987 is er zelfs nog een nieuwe sluis in het kanaal aangebracht bij Aadorp, even ten noorden van Almelo.
Pas onlangs zijn er plannen gerezen om ook dit kanaal te sluiten. Of dat ook zal gebeuren is, gezien de protesten van een aantal schippers, nog maar de vraag. Het kanaal van Zwolle naar Vroomshoop is daarentegen al sinds 1964 voor de vaart gesloten en heeft sinds die tijd een funktie als afwateringskanaal. Het lijkt er heden ten dage dan op, dat het smalle kanaal naar Zwolle slechts een afsplitsing is van het brede kanaal Almelo - de Haandrik. En het is dus bij deze T-splitsing, in Vroomshoop, dat de reportage van het Overijssels kanaal begint.Alleen de naam van deze splitsing doet nog denken aan het feit dat hier een aparte zijtak naar elders begon: het Punt van Separatie.
Het Overijssels Kanaal heeft trouwens nog een aftakking: de zijtak naar Deventer. Dit maakte het mogelijk om vanuit Deventer de steden Almelo en Coevorden te bereiken, hetgeen het handelsverkeer met ons buurland een stuk gemakkelijker maakte. Tevens konden de schippers die van Deventer door de IJssel naar Zwolle voeren de Overijsselse Kanalen gebruiken wanneer de waterstand in de rivier door langdurige droogte te laag werd.
Op de plaats waar de zijtak naar Deventer in het kanaal van Zwolle naar Vroomshoop uitmondde, is later Lemelerveld ontstaan. Deze zijtak van het kanaal, van Lemelerveld naar Deventer, is ook reeds lange tijd voor de scheepvaart gesloten, en heeft net als het kanaal Vroomshoop - Zwolle, alleen nog maar een afwateringsfunktie. Er worden echter mogelijkheden onderzocht om een gedeelte van deze zijtak te gebruiken voor rekreatieve doeleinden.
Overijssel kent nog veel meer kanalen. Zonder er verder op in te aan, wil ik er wel een aantal noemen.
Het grootste is het Twentekanaal: het brede en druk bevaarde scheepvaartkanaal van Zutphen naar Enschede, met een aftakking naar Almelo. Het kanaal mondt net boven Zutphen via een sluis in de Ijssel uit, en geeft van daar af een rechtstreekse verbinding met de Twentse steden.Een kanaal dat net als het kanaal van Zutphen naar Enschede, maar zij het in veel mindere mate ook nog voor de scheepvaart in gebruik is, is de Lutterhoofdwijk: ket kanaal vanuit Coevorden in zuidwestelijke richting naar de Krim. Het kanaal loopt door tot vlakbij het door het ponypark bekend geworden Slagharen. Dan zijn er nog het Ommerkanaal, de Nieuwe Vecht in Zwolle, en de restanten van de Dedemsvaart. Dit laatste kanaal is echter voor het grootste deel gedempt, al is het tracé nog duidelijk zichtbaar. Het Lichtmiskanaal, dat eens ten noorden van Zwolle de Vecht met de Dedemsvaart verbond, heeft plaatsgemaakt voor de autoweg van Zwolle naar Meppel. En laten we het niet hebben over de vele kleinere turf- en afwateringskanalen, die Overijssel rijk is.